De Kiltunnel
De Kiltunnel verbindt de N217 vanuit ’s Gravendeel met de N3 richting Dordrecht. Al aan het einde van de 19e eeuw was er behoefte aan een vaste oeververbinding tussen Dordrecht en ’s Gravendeel. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de noodzaak van een brug of tunnel steeds groter. Deze noodzaak kwam mede voort uit het sluiten van het Haringvliet als onderdeel van de Deltawet, waardoor de stroomsnelheid in de Dordtse Kil toenam. Voorts nam de zeescheepvaart gelijk met de industriële ontwikkeling van het Havenschap Moerdijk flink toe. Derhalve werd de oversteek met de pontveren Dordrecht – ’s-Gravendeel steeds gevaarlijker. Bovendien moest de Dordtse Kil uiterlijk in 1978 verdiept en verbreed zijn, waardoor de bestaande veerhavens in onbruik zouden raken. Voorts paste een brug of tunnel in het Provinciale wegennet dat Dordrecht al in oostelijke richting met de Papendrechtse Brug had ontsloten.

Een daartoe ingerichte commissie had onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een brug of een tunnel. Gelet op de zeescheepvaartbewegingen zou een brug gepaard gaan met dagelijks vele openingen en mogelijk ook het landschap ontsieren. De keuze viel mede daarom op een tunnelverbinding.

In december 1972 werd de Stichting Tunnel Dordtse Kil opgericht (thans Wegschap Tunnel Dordtse Kil) welke geld leende om de bouw van de tunnel te financieren en de verdere zorg van de exploitatie op zich ging nemen.
Door tolgelden te heffen kan het Wegschap het geleende kapitaal met de verschuldigde rente terugbetalen. Tevens wordt met de tolgelden het beheer en onderhoud gefinancierd.
De Provincie Zuid-Holland, de gemeenten Dordrecht, Strijen en Binnenmaas zijn de deelnemers in dit samenwerkingsverband.

De voormalige directie Sluizen en Stuwen nam het ontwerp van de tunnel voor haar rekening. Tevens zorgde deze Rijksdienst voor de uitvoeringsbegeleiding. De aannemerskombinatie Dirk Verstoep, Van Hattum en Blankevoort en Nederhorst Bouw kreeg de realisatie gegund.

In 1974 werd gestart met de bouw van de tunnel. De tunnel werd in drie tunnelelementen gebouwd in het bouwdok in Barendrecht, waar op dat moment ook de tunnelelementen van de Drechttunnel werden gerealiseerd. Een bouwdok alleen bedoeld voor het bouwen van de Kiltunnel, wat oorspronkelijk het plan was, was dus niet nodig, hetgeen een aanzienlijke besparing is kosten opleverde.

 
Het transport van de tunnelelementen van elk 35.000 ton over de Oude Maas en de Dordtse Kil was een grote operatie. De smalle vaargeulen en de hoge stroomsnelheid op de Dordtse Kil bemoeilijkte het transport. Met gebruikmaking van acht sleepboten, met een gezamenlijk vermogen van 15.000 pk, werd de klus geklaard. De elementen werden ter plaatse op een tijdelijke fundering afgezonken en met behulp van duikploegen werd de tunnel waterdicht gemaakt. Hierna is de tunnel onderspoeld met zand, wat dient als definitieve fundering. Voorts werd de tunnel voorzien van extra ballast.
In de afbouwfase werd de tunnel voorzien van de nodige installaties en werd het tolplein ingericht.
Uiteindelijk is de tunnel op 1 oktober 1977 voor het verkeer geopend.

De lengte van het tunneltracé bedraagt 901 meter waarvan ca. 400 overdekt.
De tunnel werd ontworpen met een dwarsprofiel van 2 x 2 rijstroken voor het snelverkeer en 2 x 1 rijstrook voor het langzaam verkeer. In de open uitritten werd aan de hoofdrijbanen nog een kruipstrook toegevoegd. De rijbanen dalen met een hellingshoek van 4,5% (1:22) naar een diepte van 17,09 –NAP. De lengte van de drie afgezonken delen bedraagt tezamen 330 meter.
Totaal met de in situ gebouwde tunnelmoten heeft het gesloten deel een lengte van 412 meter.


A.J. Bras, Directeur


Tunnel tweets